‘Boeiend om mensen te helpen met Nederlands’

Interview met Tiny Scholtens, vijf jaar taalvrijwilliger

Ruim vijf jaar geleden is Tiny Scholtens begonnen bij het Gilde. Ze heeft van alles gedaan en momenteel coördineert ze de leesgroepen bij het Gilde. Maar ze begeleidt ook zelf een leesgroep in Lunetten.

'Ik ben in 2012 gestopt met werken. Ik werd 62, zat in de jeugdhulpverlening, op het snijvlak van onderwijs en hulpverlening. De laatste 15 jaar werkte ik in Rotterdam. Onze taak was, met een team van hulpverleners en docenten, om pubers binnen boord te houden. Dat was een ontzettend goed project. Maar 62 jaar vond ik een goed moment om te stoppen. Er zijn nog zoveel andere mooie dingen in de wereld. Ik had besloten dat ik het eerste jaar wat zou gaan freewheelen. Tijd voor vrienden, familie en uitstapjes. En daarna was de vraag wat ik zou gaan doen. Ik ben naar de Vrijwilligerscentrale gegaan waar ik op het idee gebracht werd levensboeken te gaan schrijven voor oudere, vaak eenzame mensen die hun levensverhaal graag aan het papier willen toevertrouwen. Dit was een hele leuke erva-ring. Daarnaast kwam ik in contact met het Gilde waar ik inmiddels ruim 5 jaar werkzaam ben als taalvrijwilliger. Het leek me boeiend om mensen uit andere taalgebieden en cultu-ren te ontmoeten en ze te helpen zich de Nederlandse taal beter eigen te maken.

Lies van Dort van het Gilde gaf me een map en zei 'zoek maar iemand uit, dan gaan we daar contact mee opnemen.' Dat vond ik wel spannend. Ze kwamen uit alle hoeken van de wereld. Ik heb een vrouw uit de Verenigde Staten gekozen. Ze was midden twintig.

Tijdens onze eerste bijeenkomst spraken we over wensen en verwachtingen en een aantal praktische zaken. Ze sprak al een beetje Nederlands. Ze had een cursus gevolgd, maar vond weinig gelegenheid om het Nederlands in de praktijk te oefenen. Ze was getrouwd met een Nederlandse man, maar omdat ze elkaar in de VS hadden ontmoet was het een gewoonte om samen in het Engels te praten. Ook in haar studie en werk was Engels de voertaal. En, zo vertelde ze, als je in Utrecht iemand aanspreekt en ze horen dat je Engelstalig bent, dan beginnen ze meteen in het Engels te praten. Hoe leer je dan in godsnaam Nederlands? Dit probleem heb ik later bij veel anderstaligen gehoord.
We hebben toen afgesproken dat we iedere week een thema zouden bespreken door haarzelf of door mij ingebracht. Ook zochten we voor onze bijeenkomsten, op haar verzoek, verschil-lende locaties op om ook Utrecht beter te leren kennen.

Ze maakte snel vorderingen. We bleven we elkaar ontmoeten om samen boeken te lezen en te bespreken, zij in het Nederlands en ik in het Engels. Het contact is uitgegroeid tot een mooie vriendschap.

Daarna heb ik twee Indiase vrouwen gehad. Toen ik de verschillende profielen bekeek vond ik dat ze veel gemeen hadden en heb ik voorgesteld om ze allebei tegelijkertijd te nemen. Dit gaf meer interacties en bovendien konden ze samen hun huiswerk maken, dat ze op eigen verzoek meekregen. Ze waren met hun partners, die een baan in de ICT-wereld hadden, naar Nederland gekomen. Ze kenden elkaar wel maar door dit contact zijn het dikke vriendinnen geworden, die op een gegeven moment samen een cateringbedrijf zijn begonnen. Ik moest vaak hapjes proberen en ik moet eerlijk toegeven het was niet altijd mijn smaak, maar hun enthousiasme werkte aanstekelijk. Na driekwart jaar merkte ik dat hun animo begon af te nemen en leek het mij een goed moment om onze bijeenkomsten af te ronden.

Na ook nog een Poolse vrouw begeleid te hebben kreeg ik de gelegenheid om met een colle-ga-vrijwilliger conversatielessen te bieden aan een groep vrouwen die tijdelijk in een opvanghuis voor huiselijk geweld verbleven. Dit was een hele nieuwe ervaring met mensen die qua niveau, interesses en achtergrond zeer verschillend waren. Ook de samenstelling kon per week variëren. Het was dan ook een hele uitdaging om hier een passend programma voor te organiseren. Maar dan blijkt hoe prettig het is om samen met iemand op te trekken. Al doende ontwik-kelden we een vaste structuur in het maandagochtendprogramma dat, uitgaande van een the-ma, varieerde van conversatie, schrijfoefeningen, doe-opdrachten tot het lezen uit een eenvoudig en gezellig boek. Als afsluiting zongen we kinderliedjes. Dat sloeg heel erg aan. De meesten hadden kinderen die de liedjes vaak ook kenden.

Een andere groepservaring deed ik op bij het ROC, waar ik gevraagd werd docenten te ondersteunen bij hun lessen aan anderstaligen. Het ging daarbij om conversatielessen. Dit heeft echter maar een half jaar geduurd, omdat het ROC moest stoppen. Ik werd echter een of twee maanden later gebeld door een leesgroepje dat was opgericht door cursisten van het ROC. Of ik hen wilde begeleiden. Ik vond het een leuk initiatief, daar kon ik geen nee tegen zeggen. Het ging om een groep van 8 vrouwen. We kwamen eens in de 2 weken an-derhalf uur bij elkaar en lazen dan een hoofdstuk uit een eenvoudig geschreven boek waar we vervolgens over discussieerden.

Medio 2016 vroeg Sigrid Hjelmevoll, directeur van het Gilde, of ik de leesgroepen van het Gilde wilde coördineren. Nog niet wetend wat me boven het hoofd hing ben ik er ingestapt. De leesgroepen draaiden op dat moment op een laag pitje: een groep in Overvecht, een groep bij de centrale bibliotheek en een groep in Oog in Al. Ik vond het een hele klus om met verschillende belanghebbende instellingen in contact te komen. Ondanks mijn pogingen bleven de aanmeldingen mondjesmaat binnenkomen. Weinig aanmeldingen betekende ook moei-lijk gelijkgestemde groepen formeren.


In overleg met het CCTA (coördinatiecommissie taalaanbieders) heb ik toen besloten om het anders aan te pakken. Twee keer per jaar starten en hier veel bekendheid aan geven. Dit heeft gewerkt. In februari 2018 hadden we een inloopmiddag georganiseerd voor informatie en/of aanmelding voor een leesgroep. Kort daarna konden we met vijf groepen, met ieder zes deelnemers, starten.

De leesgroepen worden in nauwe samenwerking met de bibliotheek georganiseerd. Zij regelen een plek en bieden leestassen aan. Hier zijn we erg blij mee. Behalve eenvoudig geschreven leesboeken bevatten de leestassen ook gemakkelijk te lezen kranten die zo eens in de zes weken uitkomen. Ons streven is om in meerdere bibliotheken leesgroepen te vormen zowel voor beginners als voor gevorderden. Een groep bestaat uit zes deelnemers en bij voorkeur twee begeleiders.

In februari is onze volgende inloopmiddag voor leeskandidaten. Vol verwachting kijk ik er naar uit.

Intussen begeleid ik nog steeds met veel plezier mijn eigen leesgroep in Lunetten. Een groep enthousiaste vrouwen die graag eenvoudig geschreven boeken en kranten lezen en hierover met elkaar in heftige discussie gaan. Met name de kranten doen tussen de deelne-mers met hun verschillende achtergronden veel stof opwaaien.'

Mario Gibbels

Adres

Lange Smeestraat 7
3511 PS Utrecht
tel: +31 (0)30 234 32 52

De balie is open op alle werkdagen van 14:00 tot 16:00 uur.

Gegevens

IBAN NL94RABO 0120 943 298
KvK 41183482

SBBI-gegevens

Organisatie

Volg ons

facebook