Het idee van taal leren op eigen kracht heb ik voor een deel van mezelf, voor een veel groter en belangrijker deel van het boek van Suzanne van Norden Taal leren op eigen kracht: taalverwerving op school met behulp van de werkwijze van taalvorming (3e druk, 2009, Assen: Van Gorcum).
Volgzaam jongetje
Tijdens een groot stuk van mijn schoolloopbaan heb ik mij laten kneden tot een volgzaam jongetje, een jongetje dat niet zelf nadacht, geen eigen initiatief had en elk zelfvertrouwen kwijt raakte. Jarenlang heb ik de door school en kerk gewenste denkwijzen netjes gereproduceerd. Maar een ijverige leerling was ik niet. Uiteindelijk is het me toch gelukt mijn eigen kracht te vinden, dat wil zeggen: zelfvertrouwen en enig inzicht in mijn eigen manieren van leren. Zodoende heb ik nu veel bewondering voor mensen die ‘leren op eigen kracht’ tot principe verheffen en dat bovendien weten uit te werken tot een direct toepasbare aanpak voor taalonderwijs.
Verwaten
In mijn contacten met mensen die Nederlands als tweede taal aan het leren zijn, heb ik intussen vele malen gezien hoe sterk zij kunnen zijn in het produceren van Nederlandse taal. Een voorbeeld is de jongeman die ik bij binnenkomst uitnodigde zijn jas uit te trekken. Hij zei: “Ik blijf in mijn jas.” Ik was toen nog verwaten genoeg om te zeggen dat het geen Nederlands was, ook al was de betekenis volkomen duidelijk en de grammatica helemaal correct. Ik had beter met hem aan de slag kunnen gaan om met zijn zin bijvoorbeeld een gedicht of een sketch te maken.
Taalkunstenmaker
Nu zou ik zo’n zin waarderen als een vorm van begrijpelijk Nederlands, een die iemand zelf heeft geproduceerd en die een stap is op weg naar zijn eigen Nederlandse taal. Goed beschouwd produceren ‘wij’ in Nederland immers ieder ons eigen Nederlands, ook al zijn de onderlinge overeenkomsten erg groot en vallen ons alleen de extreme eigenaardigheden op. Denk bijvoorbeeld aan de barokke woordkeuze en de klassieke zinsbouw van oud-premier Dries Van Agt, aan de clichés die Jan Peter Balkenende – eveneens oud-premier – als kralen aan een ketting aaneen placht te rijgen, of aan de wonderlijke woordcombinaties die de dichter Rutger Kopland weet te maken. In ieder van ons schuilt een taalkunstenaar, of anders wel een taalkunstenmaker.
Later, als ik goed Nederlands spreek
De mensen met wie ik werk, hebben niet allemaal hetzelfde type beheersing van het Nederlands voor ogen. De een wil voldoende beheersing krijgen voor toelating tot een studie aan universiteit of hogeschool, de ander wil een hoge mate van correctheid en genuanceerdheid bereiken voor uitoefening van een academisch beroep, een derde droomt van ‘later, als ik goed Nederlands spreek’ en legt zich nu toe op begrijpen en begrepen worden. Daar komt bij dat de een meer moeite heeft dan de ander met het leren van een vreemde taal.
Morele steun
Er zijn dus verschillende soorten redenen om de eigen kracht te koesteren van mensen die Nederlands als tweede taal aan het leren zijn: persoonlijke ontwikkeling, individuele stijl, eigen doelen en beperkingen. Een voordeel voor mij is daarbij dat ik geen les geef. Ik ben geen leraar en ik ben in dat opzicht niet deskundig. Ik bied wel gelegenheid om in het Nederlands te communiceren en ik probeer morele steun te geven bij het zoeken naar een eigen plaats in de Nederlandse samenleving. Het voordeel voor de deelnemers is, dat zij althans enkele uren per week in een omgeving verkeren waar Nederlands wordt gesproken, en dat alle vaardigheden uit officiële studieprogramma’s aan bod kunnen komen, als een deelnemer dat wenst.
Inspiratiebron
Werken vanuit de eigen kracht van deelnemers is voor mij wel een kwestie van zoeken en experimenteren. Daarbij is het boek van Suzanne van Norden een inspiratiebron, geen leidraad. Het is geschreven voor het basisonderwijs, niet bedoeld voor vrijwilligers die volwassenen steun bieden bij het leren van Nederlands als tweede taal. Het is wel een rijke inspiratiebron. Laat me een indruk geven van de inhoud, deels in mijn woorden.
Deel I: Uitgangspunten
1. Taal leren door taal te gebruiken
2. Samenhang van vertellen, luisteren, schrijven en lezen: werkvormen-arsenaal
3. Eigen ervaringen: leren met je hoofd, je hart en je handen
Deel II: Taaldomeinen in samenhang
4. Praten is de basis
5. Lezen en schrijven: op eigen kracht geletterd worden
6. Woordenschatonderwijs zonder vooropgezette woordenlijsten
Deel III: Veelzijdig lesgeven in taal
7. Een groep kinderen begeleiden
8. Waar moet het over gaan?
9. Kinderen stimuleren tot vertellen
10. Kinderen begeleiden bij het schrijven
11. Tekstbesprekingen: interactief taalonderwijs waar alles in zit
12. Werken zonder handleiding
Deel IV: Goede voorwaarden voor werken met taalvorming
13. Taalklimaat en talige omgeving
14. Taalontwikkeling volgen: toetsen, registreren en observeren
15. Taalvorming past bij alle onderwijsconcepten

- Commentaar wordt geplaatst na goedkeuring door de redactie.
- Wie commentaar wil geven, moet zich met naam en (e-mail)adres registreren.
- Het commentaar moet een zakelijke toonzetting hebben, op basis van feiten argumenteren en bij voorkeur ook een reflectie op eigen ervaring bieden.